Nieuws.

 

 

 Bisschop brengt bezoek aan de honderdjarigen van de parochie

 

 
 
 
 
FEESTELIJKE INWIJDING NA RESTAURATIE VAN
VEREECKEN-ORGEL

       

Inwijding door Z.E.H. Ludo Collin

 

Inspeelconcert door gastorganist Paul De Maeyer

 

Programma:

 

Verwelkoming door voorzitter Kerkfabriek             

 

Samenzang met Sint-Willibrorduskoor

Inzegening door Z.E.H. Ludo Collin

      

Presentatie titularis-organist Julien Willems

 

Concert:   gastorganist Paul De Maeyer

1.         Veni creator spiritus
Ouverture en voorstelling van het Knesselaarse orgel aan de hand van het Veni Creator uit het gregoriaans, uitgevoerd door de dames van het parochiekoor en een improvisatie van organist Paul De Maeyer. Deze hymne als aanroeping van de Heilige Geest is één van de meest beklijvende melodieën uit onze westerse muziekcultuur.
 
2.         Prélude in si klein                                                                        César Franck      
De Franse organist César Franck werd geboren in Luik. In Parijs werd hij orgelleraar aan het conservatorium, waar hij een hele generatie orgelvirtuozen vormde en inspireerde om te componeren en te improviseren aan het orgel. Deze prélude komt uit “Prélude, fugue et variation”, die heel fijntjes het hoboregister demonstreert.
 
3.         Scherzo uit symfonie nr. VI in sol klein                            Charles-Marie Widor
Charles Marie Widor staat bekend voor zijn schitterende orgelsymfonieën, die hij onder andere schreef voor het Cavaillé-Coll orgel van de Saint-Sulpice kerk in Parijs. Widor werd ook orgelleraar aan het Conservatorium van Parijs, net als Franck, waar hij als één van de eerste oud-leerlingen van onze Vlaamse Jaak Nikolaas Lemmens te Brussel, het orgelwerk van de grote Johann Sebastian Bach opnieuw uitvoerde.
 
4.         Gotische suite                                                                               Léon Boëllmann
 Introductiekoraal - Gotisch menuet - Gebed tot Onze Lieve Vrouw - Toccata
 Deze gotische suite knoopt op een muzikale manier aan bij de idee van de Neogotische architectuur van de 19de eeuw en past ook uitstekend bij deze neogotische orgelkast. Het koraal doet denken aan Luther, het menuet is een barokdans, die hier geromantiseerd naar voor komt, de Mariaverering, uitgezongen in het Gebed is dan weer uiterst eigentijds in de Neogotiek, en de toccata brengt het 19de eeuwse virtuozendom op kleurrijke symfonische orgels tot vol leven.
 
5.         Twee orgelkoralen                                                             Johann Sebastian Bach
Vor Deinen Thron tret' ich hiermit   -   In Dir ist Freude
De orgelkoralen van Johann Sebastian Bach zijn toppers uit de wereld van de meditatieve muziek. Deze stukken passen zeer goed op het orgel en geven de liturgische boodschap op een heldere wijze weer. 
Het eerste koraal wordt uitgevoerd door de organist-titularis Julien Willems – laureaat 1957 van het Lemmensinstituut.
 
 
 
6.         Variaties op “Liefde gaf U duizend namen”   
Improvisatie door Paul De Maeyer
Dit Marialied vormt een icoon van onze Vlaamse kerkmuziek en beroert nog steeds vele harten.
 
 
7.         Finale uit de IIde symfonie in re groot voor orgel                        Louis Vierne
Louis Vierne is de blinde Parijse organist die stierf tijdens het uitvoeren van een orgelconcert in de Notre-Dame, waar hij de kathedraalorganist was. De stijl van zijn symfonieën staat op de grens van de Franse hoogromantiek en moderne invloeden, zoals het impressionisme.

 

Woordje door Schepen Erné De Blaere

Bedanking door de pastoor aan alle medewerkers
 
 
EEN WOORDJE GESCHIEDENIS
 
Uit diverse bronnen bleek er in Knesselare in het begin van de dertiende eeuw een kerk gebouwd te zijn die toegewijd was aan de Heilige Willibrordus. In de vijftiende eeuw werd de kerk vergroot en verbouwd. Het was een stemmige Romaanse kerk met gotisch koor. Na de onrustige periode tijdens de godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw werd de kerk hersteld en vergroot. Eind van achttiende eeuw werd de kerk opnieuw grondig verbouwd. In 1885 werd de toenmalige kerk definitief gesloopt. Na heel wat perikelen werd de nieuwe kerk uiteindelijk in 1895 ingezegend.
 
Volgens gegevens verstrekt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was er in de oude kerk (dus voor 1885) een klein orgel (met 8 registers) in classicistische stijl waarvan de orgelbouwer niet gekend is, maar waarbij men kan vermoeden dat het in de loop van de 19de eeuw eventueel gebouwd werd door de Gentse Van Peteghems of door de Nevelse orgelbouwer Lovaert.
 
In het archief van de parochie Knesselare vinden wij in 1885 een voorstel door P.J. Vereecken & Zoon te Gijzegem aan de kerkfabriek te Knesselare, om bovenvermeld orgel te vernieuwen, wat waarschijnlijk niet is uitgevoerd. Is dit in verband te brengen met de perikelen rond de bouw van de nieuwe kerk; wij weten het niet. Waar dat orgel verzeild is geraakt, is ook niet gekend. Enkele jaren later vinden wij in het archief een uitvoerig voorstel voor de bouw van een nieuw orgel door de Gebroeders Vereecken, gedateerd op 27 februari 1895. Na drie jaar bouwen werd het nieuwe orgel op dinsdag 26 juli 1898 ( feest van de H. Moeder Anna ) plechtig ingezegend en ingespeeld.
 
Een eerste herstelling met waarschijnlijk een uitbreiding met twee registers voor het pedaal gebeurde in 1921 door L. Daem uit Appelterre. Dit waarschijnlijk als gevolg van oorlogsschade.
In 1959 was het orgel opnieuw aan herstelling toe en deze werd uitgevoerd door de firma Loncke uit Kortemark.
 
In 1994 was er een laatste onderhoud door L. Lombaerts uit Meerbeke, dit om het orgel bespeelbaar te houden.
De ingrijpende restauratie van de glasramen en van het volledige kerkinterieur berokkende zoveel schade aan het orgel dat het niet meer te gebruiken was.
Op 4 april 1995 werd de kerk na restauratie van haar prachtig homogeen authentiek neogotisch interieur, inclusief het “Vereecken-orgel" als beschermd monument erkend.
Op 9 april 1995 nam de kerkfabriek onder de stimulerende impuls van pastoor De Bodt de beslissing om de vereiste stappen te zetten die zouden kunnen leiden tot een degelijke restauratie van het orgel.
Bij een onderzoek op 10 september 1995 door  de dienst AROHM, afdeling monumenten en landschappen – orgelzaken van de Vlaamse Gemeenschap, bleek dat het orgel in aanmerking komt voor grondige restauratie.
Op 18 april 1996 krijgt G. Loncke uit Overmere de opdracht een restauratiedossier op te maken. De goedkeuringen en de aanbestedingen zorgden voor de spreekwoordelijke hindernissen tot er in 2003 kon overgegaan worden tot de toewijzing
van het gigantisch werk aan orgelbouwer Lapon uit Diksmuide.
 
De werken vingen aan op 1 december 2003 en namen meer dan 500 werkdagen in beslag.
 

EEN WOORDJE UITLEG OVER DE RESTAURATIEWERKEN

 

In de voormalige kerk van Knesselare was er een orgel aanwezig met acht tot tien registers, gezien er melding van gemaakt wordt in een niet uitgevoerd voorstel van orgelmaker Petrus Johannes Vereecken 1. Dit orgel zal te klein geweest zijn in verhouding tot het volume van de nieuwgebouwde neogotische kerk en wellicht zal de meubelstijl van de toenmalige orgelkast niet in overeenstemming geweest zijn met de neogotische stijl toegepast in het kerkinterieur.

 

Het contract over het huidige orgel, gebouwd door de gebroeders Vereecken, 2 werd niet gevonden in het kerkarchief, evenmin het plan van de orgelkast 3. De uitvoering van het meubel wordt toegeschreven aan het kunstatelier Blanchart. 4

 

In de monografie "Knesselare" vermeldt A. Ryserhove dat in 1896 voor de kerk een nieuw orgel werd aangekocht .5 De bouw en restauratie van een orgel vergt heel wat tijd. Volgens dezelfde bron werd het orgel in 1898 ingespeeld.6

Het orgelinstrument werd gebouwd volgens de toenmalige romantische orgelbouwstijl met vrijstaande speeltafel vóór de orgelkast. De registers zijn verdeeld over twee manualen (handklavieren) en aangehangen pedaal (voetklavier) . De tractuur is pneumatisch. De windladen voor het groot-orgel en reciet zijn kegelladen, gemaakt volgens het concept dat wij bij de laatste periode van de orgelmakers Vereecken vinden. 

 

De dispositie van de registers (spelen) van het orgel is als volgt :

Op het grand-orgue (hoofdwerk of groot-orgel, tessituur van C tot g’’’ 556 toetsen)

 

 

Montre 8 Bourdon 16 Gambe 8 Bourdon 8 Prestant 4

Flûte 4

Fourniture 3 rangen, op 2 voet met reprisen op c' (22/3') en c" (4')

 Trompette 8.

 

 

Op het reciet (in zwelkast), tessituur van C tot g'" (56 toetsen).

 Flûte harmonique 8

Salicional 8

Voix Céleste 8 (vanaf c°)

Bourdon 8

Flûte 4

Basson 8

 

Op het pedaal, tessituur vanaf C tot d' (27 toetsen). Deze spelen werden door Vereecken voorzien voor latere aanvulling.

 

Flûte 16

Flûte 8

Bombarde 16

Trompette 8.

 

Speelhulpen: koppeling groot orgel + pedaal, reciet + pedaal, reciet + groot orgel, Tutti (alle registers tegelijk) van het groot orgel, Tutti reciet, Tremblant. Balanstrede voor de bediening van de zwelkastluiken.

Slechts bij mondelinge overlevering weet men dat op het einde van de jaren 20 - 30 van vorige eeuw, de soubasse 16 en de flûte 8 in het pedaal geplaatst werd door de firma Joris, afkomstig hetzij uit Ronse ofwel uit Aarschot. Rond die tijd werd een orgelventilator Meidinger (uit Bazel - Zwitserland) geplaatst in de aangrenzende torenruimte en een windkanaal tussen de ventilator en de blaasbalg aangelegd doorheen een opening in de muur.  Zo verdween de karwei van de orgelblazer, voor zover er geen elektrisch defect was.

                                                                                                                  

In 1959 werd het orgel gereinigd door de orgelbouwer pvba Jos Loncke en Zonen uit Esen. Er werden nieuwe windladen gemaakt voor de soubasse 16 en de flûte 8 voor het pedaal. Er werden dubbele commandorelais gemonteerd om een vluggere aanspraak te bekomen voor de windladen van het groot-orgel en het reciet. Het door houtinsecten aangetaste windkanaal tussen de ventilator en de blaasbalg werd vernieuwd, en om dezelfde reden eveneens de windladen en stellingen die nodig zijn voor de soubasse en de flûte.

 

Nadien werd er door de firma Loncke Orgelbouw bvba te Zarren een nieuwe Meidinger orgel- ventilator geplaatst en werden er membranen vernieuwd.


 

 


 

Inslag van regen langs het venster achter het orgel was de oorzaak dat de windladen totaal ontregeld waren en dat het orgel onbespeelbaar werd.


 

 

Op 11 september 1996 werd Gabriël Loncke, orgeldeskundige te Overmere aangesteld door het bureel van de kerkmeesters, als ontwerper voor de uit te voeren restauratiewerkzaamheden aan het orgel.

 

Met de bevoegde overheidsdiensten werd op 23 september 1997 een overlegvergadering gehouden, waarbij onder meer werd bepaald dat de vier registers, die Vereecken voorzien had voor het pedaal, effectief zouden geplaatst worden. 7 Hieruit volgde de noodzaak om de orgelkast aan te passen. Door Gabriël Loncke werd hiervoor een plan opgemaakt dat door de bevoegde instanties werd goedgekeurd. Enkele ingrepen van technische aard wegens de beschadiging door regenwater dienden uitgevoerd te worden aan de kegelladen. De dubbele commando relais, aangebracht in 1959 bleven gehandhaafd.

Op 2 mei 2003 werd overgegaan tot het houden van een beperkte aanbesteding, na openbare publicatie tot kandidaatstelling van gespecialiseerde aannemers-orgelmakers.

De firma Lapon Orgelbouw bvba te Diksmuide heeft het laagste regelmatig aanbod gedaan ten bedrage van 246.162,91 euro, te verhogen met de BTW (21 %). Het beeldhouwwerk werd uitgevoerd in onderaanneming door dhr Donaat Vanoverschelde, beeldhouwer te Zarren. Het orgel bevat thans 992 sprekende pijpen. De frontpijpen in de pedaaltorens zijn niet sprekend en werden vervaardigd in het atelier van Alex Belmans te Kersbeek - Miskom.

De werken werden aangevat op 1 december 2003 en voltooid op 31 mei 2007.

Deze werken konden gerealiseerd worden met de financiële steun van  de Vlaamse Gemeenschap 60%, de provincie Oost-Vlaanderen 20%, de gemeente Knesselare 10% en de kerkfabriek Sint Willibrordus te Knesselare 10%.

Gabriël Loncke

 

 

 

 

 
 
 

 

 



Copyright © 2005 - Katrien Van de Casteele - All rights reserved.